“Alles is zo’n beetje afhankelijk van het weer”

Een dik grijs wolkendek nadert Schiphol en de eerste regendruppels kletteren op het glazen dak van het LVNL-gebouw op Schiphol-Oost. Dit is zo’n moment waarop veel gevraagd wordt van meteoroloog John Brouwer. Alle luchtverkeersleiders willen weten: wat gaat het weer de komende uren brengen?

En weer gaat de telefoon. “Sorry hoor, die moet ik even nemen”, verontschuldigt John zich. Tegen de luchtverkeersleider aan de telefoon: “18 rechts, 7 mijl uit AIL. Alles okay, alleen veel herrie.” John hangt op en legt uit wat er aan de hand is. “Er zijn heftige buien met temperaturen onder nul. Vandaag is er een melding van een vliegtuig dat getroffen is door bliksem, daar staat AIL voor (Aircraft Induced Lightning). Dat is op zich niet gevaarlijk, alleen moet de apparatuur na een blikseminslag nagekeken worden en dat is vervelend voor de maatschappij omdat het toestel dan niet ingezet kan worden voor de vluchtuitvoering.”

In De Bilt en bij LNVL

John werkt niet voor LVNL maar voor het KNMI. Als er een dag met uitdagend weer staat aan te komen, verruilt hij zijn werkplek in De Bilt voor die ‘op zaal’ midden tussen de luchtverkeersleiders van LVNL. John zit in een halve cirkel met 12 monitoren om zich heen. Elk beeldscherm vertelt hem iets anders.

“Mijn dienst is vandaag om 5.00 uur begonnen. Om 5.30 uur stond de supervisor al aan mijn bureau met de vraag wat het weer gaat doen de komende uren. Wat doet de wind, is er bewolking, zit daar neerslag in zoals sneeuw of hagel, hoe hoog zit de bewolking en wat is het zicht.”

Belangrijke informatie voor verkeersvliegers, want alles is zo’n beetje afhankelijk van het weer. Hoeveel vliegtuigen er kunnen starten en landen, op welke banen en op welke hoogte ze moeten vliegen om buien te omzeilen. Hoe nauwkeuriger John een inschatting kan maken, hoe beter het op Schiphol loopt. “Het draait allemaal om communicatie. Dat is ook de reden dat ik met slecht weer hier zit en niet in De Bilt.

Ineens zit het potdicht

“Het lastigst te voorspellen is mist. Je herkent het vast van rijden op de snelweg. Van 250 meter zicht ga je in een paar seconden naar 50 meter en zit het ineens potdicht. Daarom willen wij mist het liefst op de 100 meter nauwkeurig verwachten, maar dat is niet altijd even makkelijk omdat het zo veranderlijk is. Rondom de start- en landingsbanen op Schiphol staan 17 zichtmeters die ons belangrijke waardes doorgeven. Is het zicht in de mist  600  meter, dan kunnen  56 vliegtuigen per uur landen. Is het zicht rond de 300 meter dan gaat de capaciteit meteen terug naar maximaal 34  toestellen. Je ziet dat een paar honderd meter al veel verschil maakt.”

Don’t shoot the messenger

De briefing in de ochtend en in de middag zijn twee belangrijke momenten op de dag. Telefonisch of via video conferencing hebben de luchthaven, de brandweer, KLM, de luchtverkeersleiders en de meteoroloog overleg met elkaar. Iedereen vertelt of er bijzonderheden zijn en John geeft de weersverwachting door. “Dat is altijd een kansberekening, dus bijvoorbeeld 20 procent kans op mist en 80 procent kans op goed zicht. Tja, en dan zijn ze niet zo blij met me,” lacht John. “Want wat moeten ze hier nu mee? De kans is klein, maar áls het mistig wordt en ze zijn er niet op voorbereid dan wordt het een zooitje hier op de luchthaven. Hoe verleidelijk het misschien ook lijkt, het is niet mijn taak om op de stoel van de luchtverkeersleider te zitten. Ik geef alleen een kans af, zij bepalen wat ze daarmee doen.”

Of ze me als boeman zien? Nee dat niet, wel misschien als boodschapper van slecht nieuws. maar iedereen weet: het weer is een gegeven, daar moet je mee dealen. Een nauwkeurige verwachting, daar hebben ze wel veel aan.”