Luchtverkeersleider worden, gun ik iedereen

Naast supervisor is André ook unit manager. Hij stuurt ongeveer de helft van alle luchtverkeersleiders aan. “Een mooie club mensen. Kenmerkend is dat ze altijd willen excelleren; het ultieme resultaat willen halen. Dat herken ik ook bij mezelf. Soms moet je dan even op de rem trappen.” 

André begint z’n verhaal 23 jaar geleden toen hij tijdens zijn opleiding  voor luchtverkeersleider naast een Hagenees zat. “Hij sloeg de Telegraaf open, stond er: Stuijt valt in in de 56 ste minuut. ‘Is dat familie van je?’, vroeg hij mij. Ik geloof dat niemand wist dat ik in die tijd nog eredivisievoetballer was bij FC Volendam.”   

Ik word niet wild van vliegtuigen

Het is typerend voor André die overal met - zoals hij het zelf noemt - ‘gebalde vuisten’ instapt. Hij had zich allang verzoend met het idee dat als hij luchtverkeersleider zou worden, hij zijn carrière als profvoetballer moest staken. Het deerde hem niet want voor het vak van luchtverkeersleider zette hij weer alles op alles. En met succes.

Nu zit hij 50% van de tijd ‘te managen’ op kantoor, werkt hij eens in de twee weken in de verkeerstoren en de overige tijd is hij radarverkeersleider of supervisor ‘op zaal’. “Bij de mensen in het operationele domein ligt mijn hart. Ik word niet wild van vliegtuigen en ben helemaal niet idolaat van de luchtvaart. Waar ik wel een kick van krijg, is als ik een proces soepel kan laten verlopen met oog voor de mensen die het moeten uitvoeren.”  

Spannend of stressvol?

Zo wil hij als supervisor bijvoorbeeld graag op tijd zijn mensen briefen als het weer omslaat. “Ik wil niet dat ze verrast worden. Dat is het vervelendste wat een luchtverkeersleider kan gebeuren. Wij controleren graag alle variabelen en dat betekent voortdurend anticiperen. Dat maakt het een spannend maar geen stressvol vak. Spanning slaat om in stress als je tegen je kind zegt: ‘wacht om de hoek voor het zebrapad’. Dat is als ouder best spannend, maar als je gaat kijken en je kind staat er niet, dan begint de stress. Uiteraard overkomt ons dat ook wel eens, met dat verschil dat wij hebben geleerd hoe we met stress om moeten gaan. De truc is om zo snel mogelijk die variabelen weer onder controle te krijgen.”

In toom houden

“Als leidinggevende ben ik verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar echt zorgen hoef ik me daar niet om te maken. Luchtverkeersleiders zijn zelfstandige, autonome professionals. Toppers die je met een gerust hart hun gang kan laten gaan. Dat voelt als dik ijs. De keerzijde is dat ik luchtverkeersleiders, inclusief mijzelf, soms in toom moet houden. Dan neemt ons perfectionisme de overhand. We beloven in normale omstandigheden op Schiphol 68 landingen per uur. Soms zie ik pieken met 73 landingen. Dan kun je zeggen: ‘dat hebben we mooi geflikt’, maar als het op de grond helemaal vast loopt, hebben we daar niks aan.”

Schiphol is een speldenknop

De luchtverkeersleiders bij LVNL zijn allemaal mensen die wereldwijd aan de top mee kunnen draaien. Dat komt onder meer omdat Schiphol geen eenvoudige luchthaven is. “Het is met zijn zes banen op een klein stukje grond een uitzondering.”, legt André uit. “Vergelijk het met een skigebied waar in het dal alle pistes samenkomen. Het is druk, piloten worden betrekkelijk lang hoog gehouden en moeten op het laatste moment steil naar beneden. Schiphol is ooit ontworpen voor ons wisselende zeeklimaat. Ook al draait de wind, er kan altijd geland worden omdat de banen in verschillende richtingen liggen. Tegenwoordig gebruiken we drie banen tegelijk die niet parallel aan elkaar liggen en dat is voor luchtverkeersleiders steeds een lastige puzzel. Nu houden de meesten wel van een acht dimensionale Sudoku, maar toch.”

Stressvolle situaties

Een van de taken van André was het coachen van luchtverkeersleiders in opleiding die een stressvolle situatie hebben meegemaakt. “Iedereen krijgt daar vroeg of laat in zijn carrière een keer mee te maken. Denk aan verlies van separatie, dan komen vliegtuigen te dicht bij elkaar. Als dat je overkomt, moet je erover praten met mensen en uiteraard evalueren hoe het heeft kunnen gebeuren. Het risico bij jonge luchtverkeersleiders is dat ze onzeker worden, zich gaan verstoppen en geen beslissingen meer nemen. Dat is funest. Een belangrijke check bij jezelf tijdens de opleiding is of je de komende dertig jaar met deze spanning kunt omgaan. Valt het je zwaar, dan is dit vak niks voor jou.”

Screw up or cover up?

“Het is een gegeven dat  onze maatschappij steeds slechter accepteert dat er risico’s kleven aan ‘jezelf voortbewegen’ of dat nu met de auto, fiets of het vliegtuig is. In de luchtvaart is de kans dat er iets gebeurt het allerkleinst, maar de ophef het grootst als het mis gaat. Die druk is bij luchtverkeersleiders onbewust altijd aanwezig.”

Omdat transparantie het voor iedereen makkelijker maakt om een incident te verwerken, heeft André jarenlang gepleit voor een meer open cultuur. Het resultaat is dat sinds 1 januari 2015 LVNL serieuze voorvallen binnen 5 dagen openbaar maakt via de website. André: “Het is lef hebben om naar je eigen fouten te durven kijken, maar het is de beste manier. Zoals Twan Huijs dat eens mooi omschreef: ‘Het is niet de screw up maar de cover up die je raakt.’”

Ontmoet meer collega's <<